Juba
Nadat ik drie nachten had doorgebracht in Nairobi in Kenia arriveerde ik op 28 juni op het Juba international airport. Op het vliegveld werd ik aangevallen door een cobra maar gelukkig was ik op tijd weg voordat ik werd gebeten. Vanwege miscommunicatie moest ik daarna nog bijna drie uur wachten op het vliegveld.
Om een beetje af te koelen terwijl ik aan het wachten was om opgepikt te worden heb ik toen een fles Coca Cola gekocht in het Juba Cafetaria Inn.
Op een gegeven moment verscheen er een jonge man in een militair uniform. Het was mijn neef die ik al sinds zijn geboorte niet meer gezien had. Zijn naam is Ayuen Yomdio. Hij vroeg mij Kudual Uncle (Een groet in Dinka). Met mij gaat het goed, dank je. Antwoordde ik. Waar is je Bagage? Mijn bagage is achtergebleven in Nairobi maar ik ga ze morgen ophalen. Dit was een beetje jammer maar door deze familie reünie was ik toch blij.
Oom, oom, oom, ik werd geroepen door allerlei neven en nichten die ik van te voren niet kende. Ik voelde me thuis, ook al had ik mijn dorp nog niet bereikt. Ik was erg blij de families van mijn drie broers, vrienden en andere familie te ontmoeten in Juba.
De Onafhankelijkheidsdag van Zuid Soedan
De straten van Juba waren de nacht voor 9 juli 2011 gevuld met blije en opgewonden gezichten. Ik dacht dat ik misschien wel het meest opgewonden was, maar alle inwoners van Juba waren opgewonden. Elke 30 seconden zag je juichende kinderen en mannen en vrouwen die met de vlag van Zuid Soedan zwaaiden. “SPLM, SPLA Oyee! Salva Kiir Oyee,South Sudan Oyee! “ is wat ze riepen.
Die avond heb ik wat tijd gespendeerd in het restaurant van een vriendin van mij uit Eritrea. Haar naam is Salaam. Ze maakt heerlijk eten als Angeria (gerecht), maar ook koffie en thee. “Gongich ben je klaar voor de Onafhankelijkheidsdag?” vroeg ze me. “Ja, natuurlijk, Ik ga niet slapen voor morgen” antwoordde ik. “Haha, ik ook”zei Salaam. Van binnen was ik erg trots te horen dat ook een niet Zuid Soedanees deze vreugde met ons deelde.
De tijd tot het aftellen van de uren tot de Onafhankelijkheidsdag werd korter en korter. Ik en mijn vriend Bol Kyok voegden ons bij een groep mensen die aan het zingen en roep waren voor SPLM A oyee! Salva kiir Oyee, Republic of South Sudan Oyee. Bol was ook zeer enthousiast op die dag, want hij wou een artikel schrijven over de belangrijkste dag van Zuid-Soedan. Hij is redacteur voor de krant The Hero.
Vroeg in de ochtend van 9 juli 2011 dacht ik dat ik de eerste zou zijn op het plein van de vrijheid waar de viering plaats zou vinden.
Op die dag was de beveiliging netjes. Er waren geen auto’s, bussen of border border (motors) te zien op de straten van Juba. Iedereen bij de Salva Kiir moest lopen naar het plein van de vrijheid. Van alle richtingen (Rock City, Gudele, Konyo Konyo, Lologo en Munuki) kwamen Zuid Soedanezen om getuigen te zijn van het hijsen van de Zuid Soedanese vlag. Ik liep de weg die kwam van Munuki naar de douane te voet. Dit deed me denken aan de reis van 1987 van de verloren jongens naar Ethiopië.
Ik verwachtte als eerste aan te komen op het plein van de vrijheid,maar het was al vol met mensen. Het was op deze dag zo heet dat er mensen flauw vielen. Ik had mijn hoed bij die ik had gekocht in Engeland toen ik daar had gestemd voor het Zuid Soedanese referendum. Deze hoed heeft mij beschermd tegen te ontzettende hitte.
In de lucht wapperde de nieuwe Zuid Soedanese vlag te midden van allerlei internationale vlaggen. Ik denk nog aan de dag dat mijn moeder tegen mij zei gedurende de oorlog “God, Zal deze oorlog in Soedan eindigen overdag of in de nacht” (Nhialic, bet hok akol wala bet hok wakou eh tong de piny de Sudan-dinka?). Ik wenste dat ik bij haar was om deze Onafhankelijkheidsdag met haar te vieren.
De brug van Juba
28 juli 2011 heb ik de bus genomen naar mijn stad Panpandiar in Kolnyang payam. Het doel van dit bezoek was foto’s nemen voor het KEF project en natuurlijk om mijn moeder te bezoeken die ik al zo veel jaren niet gezien had.
Net voordat we probeerden de brug van Juba over te steken kreeg de bus een stop signaal van de Zuid Soedanese politie. “Wie was er ons aan het filmen?” Vroeg de politie agent. Omdat ik de rivier de Nijl aan het filmen was antwoordde ik. “Ik,”. “Geef me de camera.” Beval de politie agent. Ik gaf hem de camera. Ik ben bijna een half uur met de politieman in discussie geweest over de camera. De man zei dat ik hem aan het filmen was en daarom de camera in bewaring moest geven. Terwijl ik zei dat ik de Nijl aan het filmen was en niet hem. Hij dreigde mijn camera in de rivier te gooien. Op dat punt werd ik erg boos en vertelde hem om te film te bekijken. Dit weigerde hij en bleef me bedreigen. Er zijn nog geen wetten in dit nieuwe land.. Ik kwam om de onafhankelijkheid van Zuid Soedan te vieren en nu gebeurde dit! “Zelfs Salva Kiir zou dit begrijpen.” Zei ik. “Gebruik de naam zijne hoogheid niet”. Zei de politieagent. “Wat is er verkeerd aan het gebruiken van zijn naam?” Antwoordde ik. “Je zult gestraft worden”. Was het antwoord. “Dan zal het zo zijn.”
Terwijl mijn bus wachtte op de snelweg naar Panpandiar-Bor werd ik naar de politie commecaris gebracht. De politieagent vertelde hem waarom hij me mee had genomen. De commecaris vroeg me om uit te leggen waarom ik de politieagent aan het filmen was. “Ten eerste wist ik niet dat camera’s verboden waren in Juba tijdens deze geschiedenisschrijvende tijd voor de Zuid Soedanese onafhankelijkheid, en daar bovenop filmde ik niet de agent maar de rivier de Nijl.” Zei ik. “Laat me eens kijken.” Was het antwoord van de commecaris. “Alstublieft.” De commecaris bekeek de video en zag alleen de Nijl op de video. “Verwijder deze film en ben meer voorzichtig de volgende keer dat je gaat filmen. ” Zei de commecaris. “Dank u meneer.” Was mijn antwoord. En ik was wederom een vrij man.
Panpandiar-Kolnyang village
Onder normale omstandigheden duurt het ongeveer 1,5 uur oom van Juba naar Panpandiar te gaan met de auto of bus. Maar dit is niet het geval tijdens het regenseizoen, dan zijn de wegen onbegaanbaar door de erosie en zijn ze erg modderig. Daardoor komen auto’s en bussen vast te staan op de weg.
Ik verliet Juba rond half 12 en arriveerde in Panpandiar om 7 uur de volgende dag. De Landrover raakte vast in niemandsland door de modder. Ik werd slachtoffer van Afrika’s meest gevaarlijke insect (de mug). Terwijl deze mijn bloed dronken werd het geluid van de naderende hyena’s steeds duidelijker.
Gelukkig kwam er een andere Landrover om ons op te halen voordat we daadwerkelijk in contact kwamen met wilde dieren.
“Dit is Panpandiar.” zei de chauffeur. Ik liep over de Wut Cuei markt, ontzettend blij dat ik weer terug thuis was. Niemand wist dat ik zou komen door de slechte communicatie mogelijkheden, maar ik wist dat ik mijn familie wel zou vinden. “Nyic pan eh koc Chol Ngueny dinka?” (Weet je waar Chol Ngueny’s huis is? Vroeg ik een kleine jongen. “Ja, aan de overkant van de straat, loop dan 1 minuut rechtdoor en het eerste huis is Yar’s huis (Mijn half zus). Ik stelde me aan haar voor aangezien we elkaar niet kenden. Zodra ze mijn naam hoorde, Achicham/Nyanachiediam, begon ze te dansen en liedjes uit mijn jeugd te zingen, het nieuws ging als een lopend vuurtje door het dorp. Al mijn familie leden kwamen samen en gaven me een warm welkom.
Mijn moeder
Helaas was mijn moeder op bezoek in een ander deel van de stad. Ik besloot om haar onmiddellijk te gaan zoeken. De wegen waren erg beschadigd door het slechte weer. De Landrover waarmee ik aan het reizen was liep weer vast ergens tussen Panpandiar en Bor. Ik moest twee uur lopen tot dat een andere bus me oppikte op weg naar Bor.
Toen ik aankwam in Bor begon het weer te regenen en de wegen beschadigden steeds meer. Ik besloot terug te gaan naar Panpandiar omdat KEF van plan is daar een basisschool op te zetten. Ik maakte een aantal mooie foto’s van het school gebouw en de kinderen omdat dit ook onderdeel was van mijn bezoek aan Zuid Soedan.
Mabior Keech basisschool kinderen
Vroeg in de ochtend ging ik naar de Mabior Keech basisschool om een aantal foto’s te maken. Ik heb ongeveer een half uur gelopen met vier kinderen die niet naar school gaan omdat ze geen € 7,50 per termijn kunnen betalen. Ik had een gesprek met de directeur Moses Kulang, en de leider van Panpandiar over het plan van KEF om een school te bouwen. Ze vonden het een erg goed idee.
Yom, een van de meisjes die naar de Mabior Keech basisschool gaat vroeg me waar ik vandaan kwam. “Ik kom van Nederland in Europa.” “Hoe ver is Nederland van onze stad?” vroeg het meisje. “Het duurt ongeveer acht uur met het vliegtuig.” Antwoordde ik. “Ik wil later piloot worden.” Zei Yom. “Dan moet je naar school blijven gaan om te leren hoe je een goede piloot wordt.” Zei ik haar.
“Kan je ons iets leren over Nederland?” Vroeg Nyariank. “Geef me eens een krijtje.” Zei ik en leerde hen woorden als
Koe Mijn naam is Hoe gaat het met je Doei De schoolkinderen vonden het erg leuk om een nieuwe taal te leren. En vertelden dit rond door Panpandiar.
Gongich heeft tot nu toe zijn moeder niet meer gezien, omdat hij zijn zoektocht niet kon afmaken. Hij was ziek van de malaria. Ooit hoopt hij terug te gaan naar Panpandiar om zijn moeder nogmaals proberen te vinden.